Processing math: 100%

zaterdag 23 november 2013

Intervaltraining

Opdracht 5 van probleemaanpak komt uit de 3F-voorbeeldrekentoets van 2013:



Neem is aan dat de 'hardloopsnelheid' van Joost 10 km/u is. Hij 'hardloopt' 5 km en wandelt 1 km. Hoe lang zou die er dan over doen?

510+15=710=4260

Dat zou dan 42 minuten zijn. Dat is niet goed...:-)
Neem v als hardloopsnelheid. Er geldt:

5v+15=3760

Oplossen (eventueel met de GR:-) geeft v=12. De harloopsnelheid van Joost is 12 km/u.