Opgave 1.
Los op:
a. x²-5x-24=0
b. a²+8a-48=0
c. 6x-16x²=0
Opgave 2.
Los op:
a. (x-4)(x-6)=48
b. (x-2)(x+9)=12
c. (x-5)(2x+3)=0
Bij opgave 1. weet je dat c. problemen gaat geven. O ja, je moet iets met 'x' buiten haakjes halen. Dat is al even een stap. Daarna zijn er nog een paar problemen:
6x-16x²=0
2x(3-8x)=0
2x=0 of 3-8x=0
Zowel '2x=0' als '3-8x=0' is een probleem. Een aantal leerlingen weet niet hoe 't verder moet. Dat is bijzonder want dit zijn 'gewoon' twee lineaire vergelijkingen. Zie hoofdstuk 2 en klas 1.:-)
Kennelijk is er het ontwikkelen van het idee over 'doe links en rechts hezelfde' niet veel terecht gekomen. Op die manier wordt er niet veel opgebouwd aan de begripsvorming en blijven de vaardigheden voor het oplossen van vergelijkingen achter.
Bij Opgave 2. ligt bij c. het voor de hand dat leerlingen gaan proberen de haakjes weg te werken en dan proberen te ontbinden in factoren. Dat is nu jammer, want dat stond er al. Ook in dat geval moet ik vaststellen dat het idee van 'ontbinden in factoren' en 'iets keer iets is nul' ook al niet veel terecht gekomen is.
Ik kan niet anders concluderen dat leerlingen vooral 'truukjes' leren. Er is weinig samenhang. Dat is geen wiskunde. Dat moet anders. Anders komen we nooit ergens. Je kunt het de leerlingen niet echt kwalijk nemen, denk ik. Kennelijk slaagt het boek (en de docent) er (nog) niet in om nu precies duidelijk te krijgen hoe het nu allemaal precies in elkaar steekt.
Wiskunde leer je door te doen, inderdaad. Dus het boek/docent moet eerder beginnen met gemengde opgaven en meer focussen op 'begrijpen wat je aan het doen bent'. Dat betekent meer tijd inruimen voor de verwerking. Het liefst voor de proef en niet er na...:-)
De vraag is dan even hoe dat dan moet?



In de tweede klas gaan de MAVO-leerlingen in plaats van de proef van hoofdstuk 5 maar 's een keer iets anders doen. Laat ze maar 's nabouwen met drie of twee aanzichten in DWO. 't Is dan wel handig als ze in wiskundeleraar.nl een werkruimte kunnen vinden met de nodige informatie. Daar kunnen ze ook aangeven als ze de opdracht gedaan hebben. Ik kan dan gaan kijken of het gelukt is en de opdracht afvinken en eventueel van feedback voorzien.
In de derde klas kan je leerlingen tegen komen die er niets van bakken. Ze willen misschien wel, maar 't lukt niet, dus doen ze maar niks, want dat heeft toch geen zin. Dat kan je natuurlijk niet goed vinden. Ik ben gestart met een soort bezemklas. 't Idee is om te om hoofdstuk 5 (HAVO) en hoofdstuk 4 (VWO) nu 's een keer wel goed te doen. 't Zijn typische wiskunde A hoofdstukken dus als ze nog iets willen dan zullen ze in de meeste gevallen in ieder geval wiskunde A gaan doen. Als dat hoofdstuk lukt dan is dat alvast weer een positieve ervaring, maar dan kunnen ze voor de hoofdstukken die ze erbij hebben laten zitten andere activiteiten doen. Dat moeten dan 'handige manieren' zijn om voldoende kennis op te doen die ze in de 4e klas nodig hebben.
In de tweede klas ga ik ook zo iets doen. Ik ga proberen om met name DWO in te zetten om leerlingen weer een beetje op 't spoor te krijgen. Algebraische vaardigeheden, grafieken tekenen, formules...